V-IZ Video-Integrationszentrum
Nederlands

VOORNAAMSTENEN & HOOFDLETTERS

mir oder mich?

‘Kannst du mir helfen?’ of ‘mich’? Bij voornaamwoorden bepaalt het werkwoord de naamval. Oefen dit in 180 zinnen van A1 tot B1. Geen account nodig.

In één oogopslag

180 zinnen van A1 tot B1

Korte situaties uit het dagelijks leven: om hulp vragen, dankjewel zeggen, iemand antwoorden. Precies de zinnen waarin het vaak fout gaat.

Vijf soorten voornaamwoorden

Nominatief, accusatief en datief, evenals wederkerende voornaamwoorden en bezittelijke voornaamwoorden. Na het antwoord staat om welk type het ging.

Werkwoorden waarvoor de datief nodig is

helfen, danken, gefallen. Deze Duitse werkwoorden krijgen altijd de datief. De trainer laat ze terugkomen tot je ze beheerst.

Dit is hoe het werkt

Open. Oefening. Verder.

  1. 1

    Kies niveau

    A1, A2 of B1. De 180 zinnen zijn erover verspreid.

  2. 2

    Tik op voornaamwoord

    ‘Kannst du ___ helfen?’ Je kiest uit drie woorden en het gat wordt meteen ingevuld.

  3. 3

    Lees de casus

    In de feedback staat de naamval. Op de startpagina van de trainer vind je als geheugensteun de vormen voor accusatief en datief.

Vandaag beginnen. In jouw tempo.

Oefenen kost niets. Woordenschat, grammatica, uitspraak en de inburgeringstoets zijn gratis. De videocursus met Marlene en het Hueber-boek komt erbij als je meer wilt.