180 zinnen van A1 tot B1
Korte situaties uit het dagelijks leven: om hulp vragen, dankjewel zeggen, iemand antwoorden. Precies de zinnen waarin het vaak fout gaat.
VOORNAAMSTENEN & HOOFDLETTERS
‘Kannst du mir helfen?’ of ‘mich’? Bij voornaamwoorden bepaalt het werkwoord de naamval. Oefen dit in 180 zinnen van A1 tot B1. Geen account nodig.
Korte situaties uit het dagelijks leven: om hulp vragen, dankjewel zeggen, iemand antwoorden. Precies de zinnen waarin het vaak fout gaat.
Nominatief, accusatief en datief, evenals wederkerende voornaamwoorden en bezittelijke voornaamwoorden. Na het antwoord staat om welk type het ging.
helfen, danken, gefallen. Deze Duitse werkwoorden krijgen altijd de datief. De trainer laat ze terugkomen tot je ze beheerst.
Dit is hoe het werkt
A1, A2 of B1. De 180 zinnen zijn erover verspreid.
‘Kannst du ___ helfen?’ Je kiest uit drie woorden en het gat wordt meteen ingevuld.
In de feedback staat de naamval. Op de startpagina van de trainer vind je als geheugensteun de vormen voor accusatief en datief.
Oefenen kost niets. Woordenschat, grammatica, uitspraak en de inburgeringstoets zijn gratis. De videocursus met Marlene en het Hueber-boek komt erbij als je meer wilt.