80 zinnen op A2 en B1
A2: der, die, das, den. B1: dem, denen, dessen, deren.
Betrekkelijke bijzinnen
Het relatieve voornaamwoord hangt van twee dingen af: het woord ervoor en het werkwoord in de relatieve bijzin. Hier oefen je 80 zinnen op A2 en B1. Geen account vereist.
A2: der, die, das, den. B1: dem, denen, dessen, deren.
Het geslacht komt van het voorafgaande zelfstandig naamwoord: der Mann, der … De naamval wordt bepaald door het werkwoord in de betrekkelijke bijzin: der Mann, dem ich helfe. Samen bepalen ze de vorm van het betrekkelijk voornaamwoord.
Na het antwoord kun je zien of het nominatief, accusatief, datief of genitief was. Hierdoor herken je sneller waar je op moet letten bij de volgende zin.
Dit is hoe het werkt
A2 of B1. De 80 zinnen zijn erover verspreid.
Der Nachbar, dem das Auto gehört, ist im Urlaub. (dem / den / dessen)
Op de startpagina van de trainer staan drie ezelsbruggetjes, waaronder: in een betrekkelijke bijzin staat de persoonsvorm aan het einde.
Oefenen kost niets. Woordenschat, grammatica, uitspraak en de inburgeringstoets zijn gratis. De videocursus met Marlene en het Hueber-boek komt erbij als je meer wilt.