86 werkwoorden in 110 zinnen
anrufen, aufstehen, einladen, mitbringen, zumachen: de werkwoorden staan in korte alledaagse zinnen, niet in een lijst om uit het hoofd te leren.
Scheidbare werkwoorden
Bij scheidbare werkwoorden wordt het voorvoegsel naar het einde van de zin verplaatst. Hier oefen je dit op 110 zinnen met 86 werkwoorden van A1 tot en met B1 door beide gaten zelf in te vullen. Geen account vereist.
anrufen, aufstehen, einladen, mitbringen, zumachen: de werkwoorden staan in korte alledaagse zinnen, niet in een lijst om uit het hoofd te leren.
De zin heeft een opening aan het begin en één aan het einde. De verbogen vorm gaat in de eerste, het voorvoegsel gaat in de tweede. Dit is precies hoe de zin er later uitziet.
Bovenaan de kaart zie je om welk werkwoord het gaat, bijvoorbeeld ‘ankommen’. Je hoeft dus niet te raden naar het werkwoord, alleen de juiste vorm te vinden.
Dit is hoe het werkt
A1, A2 of B1. De 110 zinnen zijn erover verspreid.
‘Wir ___ um halb neun in Berlin ___.’ Schrijf ‘kommen’ en ‘an’. Met Enter ga je van het ene veld naar het volgende.
De kaart geldt alleen als correct als beide gaten correct zijn. Anders zie je de juiste vorm en die van jou eronder.
Oefenen kost niets. Woordenschat, grammatica, uitspraak en de inburgeringstoets zijn gratis. De videocursus met Marlene en het Hueber-boek komt erbij als je meer wilt.